WES IV Crossroads van Walter van den Broeck
- r1112477
- 31 mei
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 14 jun

Welkom lezer,
Sommige boeken lees je, andere wandel je binnen. Crossroads van Walter van den Broeck behoort voor mij zonder twijfel tot die laatste soort. Het is een dunne roman, maar ze draagt het gewicht van een dorp, van een land zelfs — van een verleden dat zich niet laat wegzetten, maar als een zachte echo blijft hangen in straten, stemmen, in kleine herinneringen.
Een stem uit het dorp
De schrijver schreef zoals hij sprak, zo lijkt het wel: met woorden die je herkent maar die ergens onderweg uit het dagelijks taalgebruik van het dorp zijn verdwenen. Balancerend op de dunne grens tussen dialect, tussentaal en een archaïsch aandoend Nederlands, licht doorspekt met een Franse inslag. Hij haalt ze terug naar boven, alsof ze daar altijd op hun plaats lagen. Zijn stijl is tegelijk rauw en gedragen — soms onvergeeflijk hard in zijn bewoordingen, zonder ooit de intentie te hebben te willen kwetsen. Het is een eerlijkheid die schuurt, maar ook schoonheid blootlegt, met beschrijvingen die je dwingen om halt te houden, om terug te lezen en te proeven.
De schrijver neemt zijn tijd. Dialogen waaieren uit, blijven hangen in het alledaagse, in wat op het eerste gezicht weinig om het lijf heeft. Niet elke lezer zal daar het geduld voor vinden. Maar wie zich laat meevoeren in dat ritme, herkent er het leven zelf in: gesprekken bij de bakker of slager die zelden to the point zijn, maar meanderen langs herinneringen, meningen en halve waarheden.
Centraal in het verhaal staan de zussen Jen en Maria Boeckx en hun café In de Kroon, aan het station van Olen. Hun levenswerk is het stille middelpunt waar een gemeenschap zich rond verzamelt, bevolkt met figuren die je meent te kennen — of misschien écht kent.
Wanneer fictie en herinneringen samenvallen
Voor mij, als ingeweken Olenaar die hier ondertussen bijna twintig jaar leeft, kreeg het boek een extra laag. De plaatsen en situaties liggen op een ademzucht van mijn dagelijkse werkelijkheid. En voortdurend bleef die ene vraag hangen: waar eindigt de realiteit en begint de verbeelding van Van den Broeck?
Het overlijden van de zussen kan ik me nog levendig voor de geest halen. Zoals hij het beschrijft, zo was het ook echt: het onderwerp van gesprek, overal en bij iedereen. "Alle, hoe erg om zo te sterven", werd er gezegd, maar evengoed: "Dat waren toch straffe madammen." De mengeling van medeleven, nuchterheid, bijna bewondering en een zacht knagend schuldgevoel — dat is het dorp. En dat is precies wat Van den Broeck zo trefzeker weet te vatten.
Het boek reikt verder dan die ene plek. Het overspant een geschiedenis die loopt van het ontstaan van de mensheid tot de dag van vandaag. Van de introductie van btw en de euro tot Covid-19 — gebeurtenissen die ooit zwaar op ons drukten, maar nu, terugblikkend, bijna iets van een fait divers krijgen. Ook daarin toont de schrijver zijn scherpte: zonder oordeel laat hij de verschillende stemmen naast elkaar bestaan. De een die zich nooit meer laat "opsluiten", de ander die nog altijd een flesje handgel binnen handbereik heeft bij wijze van spreken. Herkenbare tegenstellingen, tastbaar en menselijk.
Een dorp als spiegel van de tijd
En dan is er het dorp zelf: Olen, uiteengelegd in drie kernen, gescheiden door kanaal en spoor. Een dorp zoals er zovele zijn, en tegelijk helemaal uniek. Het leven daar is zoals van den Broeck het beschrijft: soms wat kleingeestig, licht neurotisch zelfs, maar ook warm en dragend. Vertrouwd. Een plek waar verhalen blijven hangen en waar mensen elkaar — soms tegen wil en dank — blijven vasthouden.
Spanning in de klassieke zin ontbreekt in het boek. Wat overblijft zijn kleine gebeurtenissen, dorpsstreken en herinneringen. Dingen die op papier misschien banaal lijken, maar die in hun eenvoud betekenis krijgen. Zoals het spoor dat nog altijd dwars door de cité loopt. Treinen denderen er niet. Ze slepen zich voort aan een slakkengang, traag en bijna twijfelend. Het blijft een plek waar kinderen hun verbeelding loslaten. Dat er af en toe nog steeds een steentje of kroonkurk op de rails belandt, lijkt dan plots minder iets uit een lang vervlogen verleden. Sommige dingen verdwijnen niet — ze veranderen alleen van vorm.
De "Crossroad" zelf, voor velen nog altijd de Sjiet — genoemd naar de voormalige eigenaar die er een bruine kroeg van maakte — is daar misschien wel het mooiste voorbeeld van. Intussen al aan zeker zijn vijfde eigenaar toe, maar in essentie nog altijd dezelfde plek. Zoals het dorp zelf: veranderd, en toch ook niet.
Ik heb vaak moeten glimlachen bij het lezen, maar ook dikwijls moeten pauzeren. Terugdenken aan verhalen die ik ooit hoorde, aan mensen die ik nooit heb gekend maar toch herken. Crossroads is een roman die je niet meesleurt, maar die je uitnodigt om te blijven hangen. Ze laveert tussen humor en tragiek, soms in één adem. En misschien is dat wel wat Van den Broeck het beste beheerst: het leven tonen zoals het is — een tikkeltje hard, bij momenten wondermooi, en vooral: levensecht.
Allee, tot ergens in Oewele dan hè!
Goele






Dag Goele,
Je beschrijving doet me onmiddellijk zin krijgen om het boek te lezen. Ik ben dan wel niet van Olen maar de Kempen liggen me nauw aan het hart. Misschien moeten we deze zomer met zijn allen maar eens wat bruine kroegen opzoeken en ons verdiepen in het dorpsleven!
Tot snel!
Arne
Dag Goele,
Jij bent duidelijk een fan van het werk van Walter Van den Broeck. En terecht: hij weet als geen ander het leven van alledag op een rauwe, herkenbare manier te beschrijven.
Als een verhaal zich bovendien afspeelt in het dorp waar je zelf woont, krijgt het lezen natuurlijk nog een extra dimensie. Dat had ik zelf bij Groenten uit Balen. Bepaalde personages en situaties waren voor mij zo herkenbaar dat het verhaal nog meer tot leven kwam.
Als iemand die graag eens de sfeer opsnuift in een bruine kroeg – waar kan je de ziel van een dorp beter voelen? – heb ik ook al eens een pint gedronken in de Crossroad. Nooit geweten dat die plek zo'n…